Intranet document Ziekenhuis St Jansdal Harderwijk

Titel

Bypasschirurgie (CABG: Coronary Artery Bypass Grafting)

Doel:

Adequate voorbereiding van en nazorg bij de bypass-operatie

Definitie(s):

Tijdens CABG worden onvoldoende doorstroomde takken van de kransslagaders voorzien van een betere toevoer van bloed. Dit wordt gedaan door op het stroomafwaarts van de vernauwing gelegen deel van de kransslagadertak een nieuw bloedvat aan te sluiten. Hiertoe kunnen slagaders uit de borstkaswand gebruikt worden (LIMA: left internal mammary artery, of RIMA), en tegenwoordig soms ook een slagader van de maag (GEA: gastro-epiploic artery.) Voor minder belangrijke takken worden nog steeds beenaders gebruikt. Om orgaanschade door gebruik van de hartlongmachine te voorkomen wordt de patiënt gedurende de ingreep afgekoeld. Het hart wordt tijdens de operatie stil gelegd, hoewel het opereren op een kloppend hart, dus zonder hartlongmachine, in zwang begint te komen (Octopus-methode).

Er is nogal eens verwarring over het aantal omleidingen dat is aangelegd. Als er bijvoorbeeld zes vernauwingen zijn overbrugd, dan kan dat in theorie betekenen dat er zes aparte bloedvaten zijn gebruikt. Maar het kan ook zijn dat één lang bloedvat is aangelegd, met zes verschillende aansluitingen (anastomosen). De meest gebruikelijke variant is dat de LIMA twee anastomosen heeft op de voorste en belangrijkste kransslagadertakken, terwijl voor de overige vaten één beenader wordt gebruikt, met twee tot vier anastomosen. Cardiologen spreken dan bijvoorbeeld over "twee grafts" (met zes aansluitingen), terwijl patiënten dit vaak "zes omleidingen" noemen.

Doelgroep:

Verpleegkundigen IZ en 1 Noord.

Uitvoerenden:

Verpleegkundigen IZ en 1 Noord.

Indicaties:

Coronairinsufficiëntie waarvoor medicatie onvoldoende helpt en waarbij een Dotterbehandeling niet mogelijk is. Dit is bijvoorbeeld het geval als het aantal vernauwingen groot is, of als de betrokken kransslagader is afgesloten, zodat een ballon niet kan passeren.

Voor de patiënten die bij ons zijn opgenomen is de indicatie meestal instabiele AP.

Contra-indicaties:

  • Ernstige bijkomende pathologie zoals een pneumonie of bloedende maagzweer
  • Stollingsstoornissen

Benodigde materialen:

-

Werkwijze.

 

Voorbereiding:

Voorlichting vóór de operatie:
Voorlichting over de ingreep wordt pas gegeven als de thoraxchirurg heeft toegezegd de patiënt te zullen opereren.

De patiënt wordt voorgelicht over de aard van de operatie en over de te verwachten termijn waarop deze zal worden uitgevoerd. (Pas definitief bekend als Zwolle een datum heeft genoemd, dat is meestal op de eerste donderdag na de acceptatie voor chirurgie).

Hij of zij krijgt de folder van de Nederlandse Hartstichting: "Een bypass- of omleidingsoperatie van de kransslagaders".

Het verdient aanbeveling dat de verpleegkundige op de hoogte is van de inhoud van deze folder.

Overplaatsing naar Zwolle vindt in het algemeen een dag voor de ingreep plaats.

Info geven over de gang van zaken in de Isalaklinieken:
Hierbij kan geput worden uit de volgende informatie:

  • Aan het einde van de opname-ochtend in Zwolle vindt een opnamegesprek plaats met de verpleegkundige, familieleden zijn hierbij welkom.
  • Kort daarna volgt een voorlichtend gesprek met iemand van de afdeling patiëntenbetrekkingen, daarbij wordt het verloop van de opnameperiode geschetst, verder kan eventueel bemiddeld worden bij het vinden van een logeeradres voor familieleden.
  • De patiënt krijgt ongeveer een uur voor de operatie 15 mg Dormicum p.o. Hij of zij wordt naar de operatiekamer gebracht, vanaf die tijd houdt de afdeling patiëntenbetrekkingen contact met de familie. De operatie duurt ongeveer drie uur.
  • Het postoperatieve beloop is afhankelijk van de conditie van de patiënt en van de eventuele complicaties die zich voordoen.
  • Er wordt in het algemeen slechts kort beademd.
  • In de loop van de avond/nacht wordt de patiënt steeds meer wakker, als alles goed gaat wordt hij of zij op de eerste dag na de ingreep overgeplaatst naar de vervolgafdeling (B3).
  • Die middag mag de patiënt al even uit bed.
  • De derde dag na de operatie worden diverse controle-onderzoeken gedaan: lab / ecg / X-thorax / urinesediment. Als hierbij niets verontrustends gevonden wordt dan kan de patiënt op de vierde postoperatieve dag naar Harderwijk worden overgeplaatst.
  • Meestal volgt rond de zevende postoperatieve dag ontslag naar huis.

Controleer of er nog vragen zijn en of alles goed begrepen is. Beantwoord vragen, eventueel na raadplegen van de NHS-folder of na overleg met de cardioloog. Zorg dat moeilijke vragen aan de orde komen bij de zaalvisite.

Aan te vragen onderzoek en overige secretariële taken:

  • Longfunctie-onderzoek (flow-volumecurve), wordt door de afdelingssecretaresse aangevraagd zodra de patiënt geaccepteerd is voor CABG, het resultaat wordt gefaxt naar het secretariaat thoraxchirurgie.
  • Urinesediment.
  • Lab/thorax: alleen als dit in de laatste twee weken voor de operatie niet gebeurd is.
  • Ecg: alleen als dit in de week voor de operatie niet gemaakt is.
  • Op woensdagochtend worden de gegevens van de op CABG wachtende patiënten naar het secretariaat thoraxchirurgie gefaxt. De secretaresse legt de afgeponste formulieren ter invulling klaar.

Medicatie:
De medicatie wordt in het algemeen doorgebruikt tot aan de operatie, maar het gebruik van aspirine en of plavix wordt gestopt zodra de operatiedatum bekend is, omdat anders de kans op postoperatieve nabloedingen wat hoger is. Hiervoor in de plaats wordt Fraxiparine (door)gegeven, volgens het protocol instabiele AP.

Vervoer:
De afdelingssecretaresse of -secretaris bestelt een dag van tevoren de ambulance.

Dieet:
Dit hoeft niet te worden aangepast.

Meegeven:

  • verpleegkundige overdracht.
  • laatste medische brief.
  • kopie ecg en labuitslagen.
  • laatste X-thorax.

 

Handeling:

-

 

Nazorg:

Na de operatie:
Na aankomst de zaalarts vragen de patiënt te beoordelen.

Onderzoek:

  • Ecg: laten maken na aankomst, daarna alleen op aangeven van de arts-assistent.
  • Lab: routinebepalingen af laten nemen na aankomst, ook in het weekend.
  • X-thorax: wordt gemaakt op de dag van aankomst, ook in het weekend. Hiertoe liggen voorgedrukte aanvragen klaar ("Controle na CABG")

Voorlichting na de operatie:
Controleer of de patiënt goed begrepen heeft wat er in Zwolle gebeurd is en hoe lang hij of zij ongeveer nog bij ons moet blijven. Beantwoord vragen, eventueel na raadplegen van de NHS-folder of na overleg met de cardioloog. Zorg dat moeilijke vragen aan de orde komen bij de zaalvisite.

Revalidatie:
Op de opnamedag wordt de fysiotherapeut in medebehandeling gevraagd, de secretaresse legt het afgeponste aanvraagformulier klaar ter invulling door de arts-assistent.

Hechtingen verwijderen:
Op de zevende postoperatieve dag.

Ontslag:

  • Poliklinische controle vier weken na ontslag, bij de eigen cardioloog. Als de patiënt nog geen eigen cardioloog heeft, of als diens spreekuur vol gepland is: bij de cardioloog die het afsprakensysteem aangeeft.
  • Niet zelf autorijden.
  • Niet fietsen, behalve op een hometrainer.
  • Geen zware voorwerpen tillen.
  • Vier tot zes weken een steunkous dragen.
  • Deelnemen aan het hartrevalidatieprogramma.

Meegeven:

  • Voorlopige ontslagbrief.
  • Recept.
    Ingevulde medicijnkaart, (bij twijfel over de te gebruiken medicatie: overleggen met de arts-assistent).
  • Afsprakenkaart.
  • Eventueel afspraakdata voor aanvullende diagnostiek.
  • Enquête.

Complicaties:

Anaemie, infecties, tamponade.

Opmerkingen:

-

Gerelateerde documenten:

-

Bronnen:

-

Verslaglegging:

Bijzonderheden noteren in het zorgdossier.

Informatiemateriaal:

-

 

Protocol eigenaar:

R. Dijkgraaf, cardioloog

Publicatie datum:

27-5-2003