Intranet document Ziekenhuis St Jansdal Harderwijk

Titel

Klinische coronairangiografie

Doel:

Stroomlijnen van de gang van zaken rond hartcatheterisatie

Definitie(s):

Het zichtbaar maken van de coronairvaten met behulp van contrastvloeistof. Deze vloeistof wordt geïnjiceerd door middel van een catheter, die (meestal) via de arteria femoralis wordt opgeschoven naar de kransslagaders.

Doelgroep:

Cardiologen, zaalarts cardiologie

Uitvoerenden:

Cardiologen, zaalarts cardiologie

Indicaties:

Ischemische hartziekten waarbij de verwachting bestaat dat PTCA of bypasschirurgie nodig is.

Contra-indicaties:

Ernstige stollingsproblemen, nierinsufficiëntie, ernstige perifere vaatproblemen

Benodigde materialen:

-

Werkwijze.

 

Voorbereiding:

De patiënt wordt voorgelicht over de indicatie, de eventuele alternatieven, de aard van de procedure, alsmede de risico's. Hij of zij krijgt de voorlichtingsbrochure van de Nederlandse Hartstichting zodra de indicatie gesteld is.
Er wordt een brief gemaakt voor de huisarts, met een kopie voor het centrum waar de catheterisatie plaats zal vinden.

Stollingsremmende middelen:
Minstens drie dagen voor het onderzoek wordt de toediening van orale anticoagulantia gestaakt, behalve als het een catheterisatie vanuit de arm (Sones) betreft. Als de patiënt een mechanische kunstklep bezit dient het desbetreffende protocol te worden gevolgd. Aspirine kan worden doorgebruikt.

Op de dag vóór het onderzoek:

  • INR bepalen indien patiënt tevoren orale anticoagulantia gebruikte.

Op de dag ván het onderzoek:

  • Om 05:00 uur de eventuele toediening van heparine stoppen, de ochtendgift Fraxiparine kan bij terugkomst gegeven worden.

 

Handeling:

-

 

Nazorg:

Bij terugkomst:

De patiënt komt gewoonlijk ongeveer drie uur na vertrek terug. Informeer of er een "plug" geplaatst is in a.fermoralis. In dat geval kan de patiënt na liescontrole mobiliseren. Hij of zij heeft een drukverband in de lies, vrijwel altijd rechts. De toestand van het rechter been wordt bij aankomst en daarna ˆÉ¬Ý drie uur door de verpleegkundige geˆÉ¬Ønspecteerd. Bij bijzonderheden (pijn, stuwing, haematoom, afwezige voetpulsaties) wordt de situatie door de arts-assistent of door de cardioloog beoordeeld.
Controles van bloeddruk en pols worden hervat, zoals tevoren.
De eventuele toediening van heparine kan gestaakt worden als het coronairangiogram daar aanleiding toe geeft, bij twijfel wordt het infuus hervat.

Bedrust:

De patiënt heeft 8 uur bedrust. De eerste 4 uur wordt het hoofdeinde in maximaal 30 graden gezet, gedurende de tweede 4 uur kan hij of zij half zittend worden verpleegd. Na 8 uur wordt het drukverband verwijderd.

Liescontrole:

De punctieplaats in de lies wordt gecontroleerd, met speciale aandacht voor verbrede pulsaties en / of souffles die op een aneurysma spurium wijzen. Bij twijfel wordt met spoed via de functie-afdeling een echo / Doppler onderzoek van de lies aangevraagd.
Als er geen bijzonderheden zijn wordt het mobilisatie-regime van voor de catheterisatie hervat.

Uitslag:

Klinische patiënten krijgen de uitslag van het onderzoek in de loop van de dag van de behandelend cardioloog te horen, poliklinische patiënten op de afgesproken datum.

Complicaties:

Nabloeding, aneurysma spurium, CVA, Cholesterol-emboliˆÉ¬´n

Opmerkingen:

-

Gerelateerde documenten:

-

Bronnen:

-

Verslaglegging:

De bevindingen worden genoteerd in Mirador en geprint

Informatiemateriaal:

NHS-folder

 

Protocol eigenaar:
R. Dijkgraaf, cardioloog
Publicatie datum:
23-5-2003