Intranet document Ziekenhuis St Jansdal Harderwijk

Titel

Cardioversie, protocol verpleegkundigen

Doel:

Standaardisering van de cardioversieprocedure om de kans op complicaties klein te houden

Definitie(s):

Het transthoracaal toedienen van een stroomstoot aan het hart met het doel een ritmestoornis te couperen.

Doelgroep:

Verpleegkundigen SEH en IZ.

Uitvoerenden:

Verpleegkundigen SEH en IZ.

Indicaties:

Tachycardiën die niet medicamenteus te verhelpen zijn. Meestal betreft dit boezemfibrilleren.

Contra-indicaties:

-

Benodigde materialen:

  • Defibrillator.
  • Waterset.
  • Mayo tube.
  • Zuurstof.
  • Defi-pads.
  • Medicatie: atropine.
  • Xylocard.
  • Propofol 10mg/ml

Aanwezig tijdens de behandeling:
Anesthesist + anesthesieverpleegkundige, ze brengen de narcose-medicatie mee.

Werkwijze.

 

Voorbereiding:

De dag van opname:
(Het overgrote deel van de patiënten ondergaat de cardioversie in dagbehandeling)
De patiënt arriveert vanaf het dagcentrum om ˆÇ¬±13:00 uur, hij of zij heeft licht ontbeten (niet meer dan een beschuitje en een kopje thee).

Voorbereiding:

  • Zijn er recente labuitslagen (INR, Na, K) aanwezig?
  • 12-kanaals-ecg maken.
  • monitor aansluiten.
  • venflon inbrengen.
  • aanwezigheid van de status controleren.
  • patiënt geruststellen.
  • overleggen met de arts-assistent wie de cardioversie gaat verrichten.
  • De cardioversie wordt om 13:15 uitgevoerd, door de verpleegkundige, door de zaalarts of door de cardioloog. Minimaal zijn aanwezig: anesthesist, CCU-verpleegkundige, zaalarts.
  • Consultformulier anesthesist afponsen.

 

Handeling:

Gang van zaken:

  • De patiënt wordt via extra plakelectrodes aangesloten op de ecg-ingang van de defibrillator en de afleiding met de hoogste R-toppen wordt gekozen.
  • De beddenstang aan het hoofdeinde wordt verwijderd.
  • Zo nodig wordt het gebit van de patiënt verwijderd.
  • De patiënt wordt onder narcose gebracht.
  • De defipads worden geplaatst, één rechts naast het sternum, één links lateraal ter hoogte van de apex.
  • De defibrillator wordt ingesteld op "synchroon".
  • De zuurstofkraan wordt afgesloten (brandgevaar!).
  • De zaalarts geeft aan op hoeveel Joules de defibrillator moet worden ingesteld.
  • Als de anesthesist aangeeft dat de narcose diep genoeg is wordt de defibrillator opgeladen, de paddles worden stevig midden op de pads geduwd en het apparaat wordt ontladen door het tegelijkertijd indrukken van de beide paddle-knoppen. Het is traditie om juist voor het indrukken van de knoppen te roepen: "Bed los!"

  • Het komt voor dat de procedure met hogere energie moet worden herhaald, al dan niet na het intraveneus toedienen van anti-aritmica.

 

Nazorg:

  • De patiënt rustig wakker laten worden.
  • 12-kanaals-ecg maken.
  • Eventuele brandplekken insmeren met Flammazinezalf.
  • Soms treedt spierpijn op, zo nodig paracetamol geven.
  • Nadat de patiënt ontwaakt is kan hij of zij teruggeplaatst worden naar het dagcentrum.

Complicaties:

Komen nauwelijks voor. Soms treedt een passagère bradycardie op, hoogst zelden een CVA

Opmerkingen:

-

Gerelateerde documenten:

-

Bronnen:

-

Verslaglegging:

Op de daglijst van de afdeling kort verblijf wordt ingevuld:

  • de aanwezigen.
  • de energie waarmee de cardioversie werd uitgevoerd.
  • werd sinusritme verkregen?
  • complicaties.
  • toegediende anti-aritmica + doseringen.

Dit geldt ook voor eventuele herhalingen van de procedure.

Informatiemateriaal:

-

 

Protocol eigenaar:
R. Dijkgraaf, cardioloog
Publicatie datum:
27-5-2003.