| Intranet document Ziekenhuis St Jansdal Harderwijk | ||||||||||||
Titel |
Protocol inbrengen pacemakerelectrode via de vena femoralis | |||||||||||
Doel: |
Het optimaliseren van deze procedure | |||||||||||
Definitie(s): |
Het inbrengen van een electrode in de rechter hartkamer om door elektrische prikkeling een normale hartfrequentie te bewerkstelligen. Procedure: | |||||||||||
Doelgroep: |
Verpleegkundigen, cardioloog / zaalarts. | |||||||||||
Uitvoerenden: |
Verpleegkundigen, cardioloog / zaalarts. | |||||||||||
Indicaties: |
Symptomatische bradycardieˆÉ¬´n die snelle behandeling vereisen en waarbij (stoppen van) medicatie onvoldoende soelaas biedt. | |||||||||||
Contra-indicaties: |
Geen | |||||||||||
Benodigde materialen: |
Benodigdheden (deels in kant-en-klare set):
| |||||||||||
Werkwijze. |
||||||||||||
|
|
Voorbereiding: |
| ||||||||||
|
|
Handeling: |
Patiënt op de afgesproken tijd naar de afgesproken doorlichtingskamer brengen. De cardioloog dekt steriel af en vraagt achtereenvolgens om:
De huid wordt verdoofd, de vena femoralis wordt via een minieme huidincisie aangeprikt, de sheath wordt ingebracht, daarna de electrode. De electrode wordt via de steriele kabel aangesloten op de pacemaker. De cardioloog geeft aan welke frequentie, output en welk sense-level moet worden ingesteld, daarna wordt de pacemaker aangezet. Er wordt vervolgens "gedrempeld", hierbij wordt de minimaal benodigde stroom gemeten waarmee het hart nog geactiveerd kan worden: de stroomsterkte wordt, telkens op verzoek van de cardioloog, stapsgewijs door de verpleegkundige verlaagd totdat de impulsen niet meer gevolgd worden. Onmiddelijk daarna wordt de stroomsterkte weer naar het beginniveau verhoogd. De stroomsterkte van de laatst gevolgde impuls is de stimulatiedrempel, of kortweg "drempel". Als die laag genoeg is wordt de positie van de electrodetip geaccepteerd, soms is het nodig deze te herpositioneren. Met behulp van een hechting wordt de electrode op het bovenbeen gefixeerd, daarna wordt een Tegaderm pleister aangebracht op de insteekopening, de electrode wordt extra gefixeerd met leukoplast. De pacemaker wordt volgens de instructies van de cardioloog ingesteld. De patiënt wordt teruggebracht naar de CCU of naar 1-Noord. De pacemaker wordt zodanig opgehangen dat er geen kans bestaat op vallen of op ermee spelen door de kinderen van het bezoek. | ||||||||||
|
|
Nazorg: |
De patiënt wordt telemetrisch bewaakt als hij of zij op 1-Noord ligt. Verzorging: | ||||||||||
Complicaties: |
Bloedingen, infectie, tamponade, dislocatie van de elektrode. | |||||||||||
Opmerkingen: |
Opties:
| |||||||||||
Gerelateerde documenten: |
- | |||||||||||
Bronnen: |
- | |||||||||||
Verslaglegging: |
Naam van de betrokken cardioloog en van de verpleegkundige. | |||||||||||
Informatiemateriaal: |
- | |||||||||||
Protocol eigenaar: |
R. Dijkgraaf, cardioloog |
Publicatie datum: |
27-5-2003. |